Nieuw instrument moet einde maken aan energie­verspilling datacenters

Het ener­gie­ver­bruik van data­cen­ters neemt de komende jaren – met de stij­ging van het data­ge­bruik – hand over hand toe, zeker na de invoe­ring van het 5G-netwerk. Geluk­kig is er nog veel ruimte voor data­cen­ters om energie te bespa­ren, omdat ze heel veel energie verbrui­ken in inac­tieve toestand. Daar zijn maat­re­ge­len voor te nemen, maar data­cen­ters nemen die liever niet omdat ze afge­re­kend worden op hun perfor­mance. Een nieuw instru­ment meet de zoge­naamde Data­cen­ter Idle Coëf­fi­ci­ënt (DIC). Hiermee wordt ener­gie­ver­spil­ling meet­baar en zicht­baar in data­cen­ters. Uitein­de­lijk kan hiermee bij data­cen­ters 40% energie bespaard worden. Dat is onge­veer 1% van het totale Neder­landse stroomverbruik.

In Neder­land staan honder­den data­cen­ters. Die verbruik­ten volgens onder­zoek van Certios in 2017 geza­men­lijk 2,8 TWh aan stroom. “De IT is als een klein kind: 10% van het eten komt in het maagje, de rest komt in het gezicht of op de grond terecht. Het is een jonge indu­strie die nog groei­stui­pen heeft. Laten we die sector helpen te volgroeien.”

Met deze meta­foor beschrijft Mees Lodder, CEO van WCooliT, het enorme ener­gie­ver­bruik van data­cen­ters en grote compu­ter­ruim­tes van bedrij­ven en de moge­lijk­he­den die er liggen voor ener­gie­be­spa­ring. Hij kwam er een paar jaar geleden achter dat stroom­ver­bruik van data­cen­ters tegen de verwach­ting in nauwe­lijks vari­eert. “Je zou denken dat data­cen­ters overdag veel stroom verbrui­ken en in het weekend en ’s avonds minder, maar er is ­nauwe­lijks vari­a­tie in het ener­gie­ver­bruik. Het is een vlakke lijn met hooguit 3% afwijking.”

Op zoek naar antwoor­den raakte hij in gesprek met IT-speci­a­list Dirk Harry­van van Certios. Die kon Lodder helpen met de vragen die hij had over de flat­line in het ener­gie­ver­bruik van data­cen­ters. “Hij vertelde me dat in de eerste plaats compu­ters vaak in een ‘idle’-stand staan. Ze zijn dan wel actief, maar wachten op werk. Er zijn aller­lei func­ties om in deze stand minder stroom te verbrui­ken, bijvoor­beeld door de klok­snel­heid van de CPU te verla­gen, maar 80% van de bedrij­ven gebruikt deze opties niet. Ten tweede vertelde hij dat compu­ters 70 tot 80% van de tijd in de ‘idle’-stand staan.”

Inactieve toestand

Van deze kennis schrok Lodder. “Het bete­kent dat IT-hard­ware meer stroom verbruikt in inac­tieve toestand dan in actieve toestand. Dat is hetzelfde als je een auto voor de deur hebt staan, waarvan als je ’s ochtends wilt vertrek­ken de tank leeg is, omdat hij ’s nachts in inac­tieve toestand al zijn brand­stof al verbruikt heeft. Maar bij data­cen­ters gaat deze vlag niet op, omdat er geen beper­king in de ener­gie­voor­raad is.”

Op zoek naar kennis over dit probleem kwam Lodder erach­ter dat er 1000 kW een data­cen­ter in gaat en er vervol­gens – via 100 glasvezel­kabels van elk 10 watt – maar 1 kW uitkomt. “De overige 999 kW gaat verlo­ren als warmte, vandaar dat er zoveel koeling nodig is. Als je dat zou omre­ke­nen, bete­kent dat een effi­ciën­tie van 0,1%. Terwijl we net de gloei­lamp ­afge­schaft hebben. Die had tenmin­ste nog een effi­ciën­tie van 10%.”

Data­cen­ters zijn dus een groot gedeelte van de tijd inac­tief, terwijl ze wel stroom verbrui­ken alsof ze continu hard aan het werk zijn. Volgens Lodder hebben data­cen­ters wel moge­lijk­he­den om het stroom­ver­bruik in deze inac­tieve toestand te beper­ken, maar gebrui­ken ze die niet. “Ze zetten de knopjes voor power mana­ge­ment niet aan. Waarom dat is? Ze zijn bang dat de perfor­mance achter­uit­gaat en dat is waar ze op worden afgerekend.”

Meer inzicht

Om meer inzicht te krijgen in het idle-percen­tage van Neder­landse data­cen­ters, bedacht Lodder samen met Harry­van de Data­cen­ter Idle Coëf­fi­cient (DIC). Deze maat laat zien hoe ­effi­ci­ënt een data­cen­ter zijn ener­gie­ge­bruik aanwendt. Hoe hoger de DIC, hoe effi­ci­ën­ter het ener­gie­ge­bruik van het data­cen­ter, vertelt Lodder. “Wij zouden graag zien dat elk data­cen­ter in Neder­land een DIC maakt, die uitlees­baar is. Als we alle DIC’s bij elkaar optel­len, kunnen we vervol­gens een gewogen gemid­delde bere­ke­nen. Met dat als uitgangs­punt zullen data­cen­ters reken­schap moeten geven over hun DIC’s. Op deze manier geven data­cen­ters inzicht in hun stroom­ver­bruik.” Op den duur moet de DIC Euro­pees uitge­rold worden, zodat overal in Europa dezelfde stan­daar­den voor data­cen­ters gelden, meent Lodder.

Besparingspotentieel

Het bespa­rings­po­ten­ti­eel van data­cen­ters is niet gering, zeker niet als je naar de grote schaal kijkt. Onge­veer 2,5% van het Neder­landse elek­tri­ci­teits­ver­bruik gaat naar data­cen­ters. Het gaat dus om heel veel geld. Maar daar maalt de IT-sector niet om, merkt Lodder op. “Het gaat zeker om veel geld, maar op de gehele kost­prijs van ICT zijn de stroom­kos­ten niet signi­fi­cant. Ze hebben het druk genoeg met andere zaken dan zich druk te maken over het ener­gie­ver­bruik. Het is boven­dien alle­maal groene stroom, dus ze denken dat het wel ­prima is.”

Ener­gie­be­spa­ring levert data­cen­ters dus rela­tief weinig op, boven­dien bere­ke­nen ze de prijs die ze betalen voor elek­tri­ci­teit door aan hun klanten. Ze hebben weinig last van het hoge ener­gie­ver­bruik en er is geen incen­tive voor hen om ener­gie­be­spa­ring op de agenda te ­zetten. Dat is volgens Lodder jammer, maar erg mense­lijk. “Het is een van de hoofd­oor­za­ken waarom er niets aan het ener­gie­ver­bruik van data­cen­ters gedaan wordt.”

Maar het poten­ti­eel is groot, rekent hij voor. “Het gaat om 450 miljoen euro stroom­kos­ten per jaar, die door­be­re­kend worden aan klanten. Terwijl bedrij­ven door knopjes aan te zetten het idle-percen­tage makke­lijk omlaag kunnen brengen. Als je kijkt naar de inac­ti­vi­teit van data­cen­ters, denk ik dat 40% stroom­be­spa­ring op termijn moge­lijk is. Dan heb je het over 1% van het Neder­landse stroom­ver­bruik aan poten­tie die we nu laten liggen.”

Powermanagement

Het hoge ener­gie­ver­bruik van data­cen­ters speelt zich volgens Lodder voor een groot deel af buiten het zicht van veel mensen. “Men weet wel dat data­cen­ters veel energie verbrui­ken, maar dat het zoveel effi­ci­ën­ter kan, is eigen­lijk niet bekend. Maar het is natuur­lijk maat­schap­pe­lijk gezien vreemd dat er zoveel energie verspild wordt.”

De over­heid en bedrij­ven werken al jaren samen om het ener­gie­ge­bruik bij data­cen­ters te redu­ce­ren. Uit het Green­Serve-project van Rijks­dienst voor Onder­ne­mend Neder­land blijkt bijvoor­beeld dat power mana­ge­ment en ­virtu­a­li­sa­tie kunnen leiden tot een lager ener­gie­ver­bruik. Maar in de prak­tijk worden deze maat­re­ge­len amper toege­past, zegt Lodder. “Er is een pakket met maat­re­ge­len bedacht via bran­che­or­ga­ni­sa­ties om de markt te helpen bij ener­gie­be­spa­ring. Maar in de prak­tijk heeft het bevoegd gezag nauwe­lijks moge­lijk­he­den om te contro­le­ren of deze maat­re­ge­len ook daad­wer­ke­lijk genomen worden.”

Energielabel

Hoewel het nog niet zo ver is, heeft Lodder hoge verwach­tin­gen bij een even­tu­ele invoe­ring van de DIC. “Ik verwacht dat als je het op deze manier kwan­ti­fi­ceert, klanten ook gaan vragen naar de DIC. Het wordt dan een soort ener­gie­la­bel voor data­cen­ters. Het zou bijvoor­beeld een manier van concur­re­ren kunnen worden, als een extra service voor klanten. Je kunt de pres­ta­ties van verschil­lende data­cen­ters op deze manier makke­lij­ker vergelijken.”

Als de DIC’s van alle data­cen­ters bekend zijn, is het boven­dien moge­lijk om de eisen voor data­cen­ters aan te scher­pen. “Je kunt data­cen­ters veel beter aanspre­ken op hun energie­verbruik. Het wordt op deze manier een gespreks­on­der­werp.” De over­heid zal volgens Lodder een belang­rijke rol spelen in het ontwik­ke­len van regel­ge­ving rond de DIC. “Data­cen­ters en hun klanten zullen er in eerste instan­tie geen zin in hebben. Daarom moet het centraal ontwik­keld worden. Er moet goed ­uitge­zocht worden wat werkt en wat niet. ­Vervol­gens moet de DIC verplicht worden inge­voerd. Daarna kun je als over­heid eisen gaan stellen. Bijvoor­beeld: een DIC van 2 accep­te­ren we niet meer, dat moet mini­maal 4 zijn. Ik denk dat het de enige manier is om de IT te dwingen zuini­ger om te gaan met energie.”

Gedrag aanpassen

Lodder verge­lijkt het invoe­ren van de DIC met een snel­heids­me­ter. “Als een auto geen snel­heids­me­ter heeft, rijdt niemand te hard. Maar als een auto­mo­bi­list zich bewust is van zijn snel­heid, zullen 490 van de 500 auto’s zich aan het maximum houden en de rest riskeert een boete. Ik verwacht dat het met de invoe­ring van de DIC hetzelfde zal zijn. Niet ieder­een zal zich er wat van aantrek­ken, maar de over­grote meer­der­heid wil zich aan de regels houden en gaat de instru­men­ten gebrui­ken om power mana­ge­ment te implementeren.”

Het doel achter de DIC is dus niet om zoveel moge­lijk bedrij­ven op de bon te slin­ge­ren, legt hij uit. “Bedrij­ven moeten hun gedrag aanpas­sen. Nu is er geen enkele prikkel voor data­centers om energie te bespa­ren. Als de DIC inge­voerd wordt als instru­ment, kan de over­heid zulke prik­kels wel inbouwen.”

Het doel is dan ook geens­zins om data­cen­ters te pesten, wil Lodder bena­druk­ken. “Het gaat gewoon niet vanzelf. Ze zullen ons later dank­baar zijn. Het data­ver­bruik zal in de toekomst toene­men. Als we vandaag begin­nen met het beper­ken van ener­gie­ver­bruik en vooral een effi­ci­ën­ter gebruik van data­cen­ters, hoeft het alle­maal niet zo pijn­lijk te zijn. Maar het is wel belang­rijk om bedrij­ven tijd en ruimte te gunnen, zodat ze het stap-voor-stap kunnen doen.”

Meer infor­ma­tie: https://​bit​.ly/​2​V​Sv5dO

Joop van Vlerken

Gerelateerde berichten

‘Dubbel groen en de restwarmte geven we gratis weg?’

‘Dubbel groen en de restwarmte geven we gratis weg?’

Op weg naar een convenant over energieverbruik

Op weg naar een convenant over energieverbruik

Grip op cijfers; Cijfers uitgelicht; Cijfers…

Grip op cijfers; Cijfers uitgelicht; Cijfers…

Nog geen gerelateerde berichten...

Pin It on Pinterest

Share This